Résumé en Français : Les annonces publiques de
réduction de prix avant les soldes sont interdites. Il n’est pas fait exception
au principe de l’interdiction des soldes avant les soldes lorsque le vendeur
limite son invitation au 10 % de la clientèle qui a le plus acheté
durant les deux dernières années. Le caractère public des annonces est établi
lorsque le vendeur s’adresse à sa clientèle ou à une catégorie de celle-ci.
Zoals men wellicht weet,
zijn ‘de solden’, ook wel opruimingen genoemd sterk gereglementeerd. De
wetgeving waarnaar dienaangaande dient verwezen te worden is de Wet op de Handelspraktijken
van 14 juli 1991 (hierna W.H.P.C.).
Deze Wet geeft niet
enkel een definitie van wat dient begrepen te worden onder solden, maar bepaalt eveneens aan welke voorwaarden deze laatste moeten
voldoen. Er wordt onder meer een antwoord gegeven op de vragen: Waar? Wat?
Wanneer? en Hoe?
Onder opruiming of
solden dient volgens het artikel 49 van de W.H.P.C.
verstaan te worden: “elke tekoopaanbieding of verkoop aan de consument van producten,
waartoe wordt overgegaan met het oog op de seizoenopruiming van het assortiment
van een verkoper, wat geschiedt door versnelde afzet, tegen verminderde prijs
van de producten en welke wordt aangekondigd onder de
benaming " Opruiming ", " Solden ", " Soldes " of " Schlussverkauf
" of onder elke andere gelijkwaardige benaming.”
Gelet op de strenge
reglementering geldt er dan ook een principieel verbod (artikel 50 W.H.P.C.) op dergelijke solden indien niet voldaan wordt
aan de hierop van toepassing zijnde voorwaarden, die opgesomd worden in de
artikelen 51 e.v. van de W.H.P.C.
Gelet op het algemeen karkater van het verbod kan er dan ook niet van
worden afgeweken, ook niet voor een beperkte groep consumenten (zie verder).
De verkoop van de
gesoldeerde producten dient te gebeuren in de lokalen waar de opgeruimde of
identieke producten gewoonlijk te koop worden aangeboden (art. 51§1 W.H.P.C.). Het mag enkel producten betreffen die de
verkoper bij het begin van de opruiming in zijn bezit heeft en die hij vóór
deze datum op gewone wijze te koop heeft aangeboden (art. 51§2 W.H.P.C.). Bovendien dienen de aangeboden producten het
voorwerp uit te maken van een reële prijsvermindering in vergelijking met de
prijs die gewoonlijk wordt aangerekend voor identieke producten (art. 51§3 W.H.P.C.).
Daarnaast worden
eveneens de periodes waarbinnen dergelijke solden kunnen plaatsgrijpen, uitdrukkelijk
bepaalt in artikel 52 W.H.P.C. Hoewel er in principe
een onderscheid kan gemaakt worden naargelang de soort aangeboden producten,
die het voorwerp uitmaken van de opruiming, is er tot op heden een uniforme
regeling van kracht voor al de producten, volgens dewelke
de solden enkel mogen plaatsvinden gedurende de periode van 3 januari tot en
met 31 januari en van 1 juli tot en met 31 juli. Wanneer echter 3 januari of 1
juli op een zondag valt mag de koopjesperiode één dag eerder beginnen.
Traditioneel worden de
koopjesperiodes voorafgegaan door de sperperiodes. Deze lopen vanaf 15 november
tot 2 januari en vanaf 15 mei tot 30 juni. Met de invoering van deze
sperperiodes heeft de wetgever willen verhinderen dat er werd vooruitgelopen op
de solden. Het artikel 53 W.H.P.C. verbiedt dan ook
uitdrukkelijk aankondigingen van prijsverminderingen tijdens deze sperperiodes.
Er mogen bovendien evenmin aankondigingen evenals suggesties van
prijsvermindering worden verspreid vóór de sperperiodes die uitwerking zouden
hebben tijdens deze sperperiodes.
Voor een duidelijk
begrip van wat dient begrepen te worden onder aankondigingen van
prijsvermindering dient verwezen te worden naar artikel 42 W.H.P.C.:
“Onder de bepalingen
van deze afdeling vallen de aankondigingen van verminderingen van de
verkoopprijs aan de consument, waartoe overeenkomstig
artikel 5 is overgegaan, evenals die welke een prijsvermindering suggereren
zonder gebruik te maken van een van de mogelijkheden bedoeld in artikel 5.”
Er dient benadrukt te worden dat deze bepalingen enkel van toepassing
zijn op aankondigingen van prijsverminderingen en dat derhalve
prijsverminderingen als zodanig niet geviseerd worden door deze bepalingen.
Suggesties van prijsverminderingen vallen daarentegen
wel onder de toepassing van deze bepalingen. Men denkt bijvoorbeeld aan
‘speciale prijzen’, ‘gunstprijzen’, ‘stuntprijzen’, ‘Nooit geziene prijzen’…
Hoewel nergens een definitie kan gevonden worden over wat juist dient
verstaan te worden onder ‘aankondiging’, is men het erover eens dat elke aankondiging valt onder de
toepassing van bovenvermeld artikel. Het kan derhalve zowel
gaan om een aankondiging in de reclame, als in de etalage of zelfs op de
producten. De enige vereiste is dat de aankondiging publiek
is.
Een aankondiging van prijsvermindering in een persoonlijke brief heeft
geen publiek karakter en valt derhalve niet onder de
bepalingen van de Wet op de Handelspraktijken. Van een gepersonaliseerde
uitnodiging die naar een ruime groep wordt verstuurd en qua inhoud identiek is
wordt daarentegen wel het publiek karakter weerhouden.
In een recent arrest heeft het Hof van Cassatie (Cass., 30 november 2004, A.R. P040823N, zie www.cass.be) zich uitgesproken over wat al dan niet dient verstaan te worden onder
publiek karakter. Zij weerhoudt als ‘publiek’ de omstandigheid dat de verkoper
zich richt tot hetzij de consumenten in het algemeen
hetzij tot zijn bestaande cliënteel of een categorie daarvan.
In casu betrof het een
verkoopsysteem dat erop gericht was de beste klanten de ‘eerste kans’ te geven
om van de ‘solden’ gebruik te maken en dit reeds
voordat de solden officieel begonnen. Het Hof heeft hier geoordeeld dat het
feit dat het een persoonlijke uitnodiging betrof, waarbij slechts 10 % van het cliënteel werd aangeschreven, met name diegene die de
afgelopen 2 jaar het meest hadden gekocht, niet ter zake deed. Het wettelijk verbod is immers algemeen en kan niet opzij
geschoven worden omdat het een beperkte groep consumenten betreft. Daarenboven
liet de uitnodiging toe dat ook alle gezinsleden en ook een vriend of vriendin kwamen
kopen.
Men kan hieruit afleiden dat het zeer moeilijk zal zijn om aan de regelgeving
m.b.t de solden te
ontsnappen door middel van het gebruik van persoonlijke uitnodigingen.
Verder (art. 43 W.H.P.C.) wordt er bepaald aan
welke voorwaarden de aankondigingen van prijsverminderingen in
het algemeen dienen te beantwoorden om rechtsgeldig te zijn:
-
De verkoper die een
prijsvermindering aankondigt moet verwijzen naar de prijs die hij voordien voor
gelijke producten of diensten toepaste in dezelfde inrichting.
-
De aangekondigde
prijsvermindering moet reëel zijn in vergelijking met de voordien gehanteerde
gebruikelijke prijs. Deze laatste wordt slechts als gebruikelijk aangemerkt
wanneer deze werd toegepast gedurende een doorlopende periode van één maand
onmiddellijk voorafgaand aan de datum waarop de verminderde prijs wordt
toegepast.
-
De startdatum van de
prijsvermindering dient zichtbaar te zijn gedurende de ganse verkoopperiode.
-
Deze periode man ten hoogste
één maand bedragen, met uitzondering van uitverkopen, en mag niet korter zijn
dan een volle verkoopdag. De wet belet echter niet dat na het verstrijken van
de termijn van één maand een nieuwe aankondiging van prijsvermindering wordt
gedaan op voorwaarde dat de nieuwe startdatum wordt aangegeven.
Voor de volledigheid vermelden we nog dat de wijze waarop de
prijsvermindering wordt voorgesteld eveneens gereglementeerd wordt en verwijzen
hiervoor naar artikel 5 W.H.P.C.
“Elke aanduiding van
een prijs- of tariefvermindering, die wordt uitgedrukt door een bedrag of een
kortingspercentage, moet geschieden :
a) hetzij door vermelding van de nieuwe
prijs naast de oude doorgehaalde prijs;
b) hetzij door de vermeldingen " nieuwe prijs ", "
oude prijs " naast de overeenstemmende bedragen;
c) hetzij door de vermelding van een kortingspercentage en de
nieuwe prijs naast de oude doorgehaalde prijs;
d) hetzij door de
vermelding van het eenvormig kortingspercentage dat is verleend voor de producten
en diensten of voor de categorieën van producten en diensten waarop deze
vermelding slaat. In beide gevallen moet de aankondiging vermelden of de
prijsvermindering al dan niet werd toegepast.
In geen geval mag een prijsvermindering van een product of dienst
aan de consument worden voorgesteld als een gratis aanbod van een hoeveelheid
van het product of van een gedeelte van de dienst.”
Voor wat de aankondigingen van prijsverminderingen betreft is het tot
slot nog handig te weten dat wanneer een prijsvermindering wordt aangekondigd
buiten de inrichting van de verkoper, en de verkoper niet meer over het bewuste
product beschikt, voor zover het een product betreft van meer dan 25 EUR, hij verplicht is aan de consument een bon af te geven
die recht geeft op de aankoop van dat product en wel binnen een redelijke
termijn, behalve wanneer het onmogelijk is onder dezelfde voorwaarden een
nieuwe voorraad aan te leggen.
Veel koopgenot.
> « De solden staan weer voor de deur » (ou quid des soldes privées avant les soldes)
4 septembre 2005, par Marijke Bosmans
Beste, Bestaat er ook zoiets als een sperperiode nà de solden ? Of heeft dat bestaan ? Vriendelijke groeten,