Droit Fiscalité belge

www.businessandlaw.be

Site d'informations fiscales, juridiques et comptables en droit belge

Hoger beroep tegen een vonnis inzake bevoegdheid en jurisdictie

Art. 1050 al. 2 van het Gerechtelijk Wetboek
mercredi 22 décembre 2004. Un article de Pierre Vermeire
Wat is de exacte draagwijdte van het art. 1050 al. 2 van het Gerechtelijk Wetboek ? Is het artikel 1050, alinea 2 van het Gerechtelijk Wetboek zowel toepasbaar op beslissingen inzake bevoegdheid als inzake rechtsmacht ? (résumé en F)

Résumé en français :

L’article 1050 al. 2 du Code judiciaire dispose que « contre une décision rendue sur la compétence, un appel ne peut être formé qu'avec l'appel contre le jugement définitif. » Autrement dit, une décision sur la compétence n’est pas appelable immédiatement ; il faut attendre qu’elle soit suivie d’un jugement sur le fond. Cette règle ne s’applique pas lorsque le juge se déclare sans juridiction au motif qu’un juge étranger est compétent ou lorsque le contrat donne le litige à connaître à un arbitre.

Inleiding

Het artikel 1050, al. 2 van het Gerechtelijk Wetboek luidt als volgt : « Tegen een beslissing inzake bevoegdheid kan slechts hoger beroep worden ingesteld samen met het hoger beroep tegen het eindvonnis ».

Er kan derhalve niet onmiddellijk hoger beroep worden ingesteld tegen een beslissing inzake bevoegdheid ; het eindvonnis dient te worden afgewacht.

Wat is de exacte draagwijdte van deze bepaling ?

 

Is het artikel 1050, alinea 2 van het Gerechtelijk Wetboek zowel toepasbaar op beslissingen inzake bevoegdheid als inzake rechtsmacht ?

De bedoeling van de wetgever was dilatoire beroepen tegen beslissingen die uitspraak doen over de bevoegdheid alvorens zich uit te spreken ten gronde, uit te sluiten.

De exacte draagwijdte van het tweede lid van artikel 1050 Ger. Wetboek werd door de rechtsleer uitgediept (P. Van Rillaer, Artikelgewijze commentaar met overzicht van rechtsleer en rechtspraak, Kluwer, Rechtswetenschappen, 1985, 1993 & 2002, p. 297 e.v.).

Het tweede lid van het artikel 1050 Ger. Wetboek heeft betrekking op “beslissingen inzake bevoegdheid” (a), waartegen enkel hoger beroep kan worden ingesteld samen met het “eindvonnis” (b).

Beslissingen inzake bevoegdheid

De tekst van het artikel 1050, alinea 2, Ger. Wetboek, maakt geen onderscheid tussen beslissingen waarbij de eerste rechter zich bevoegd verklaart en beslissingen waarbij hij zich niet bevoegd verklaard.

Op basis van het beginsel ubi lex non distinguit, nec nos distinguere (wanneer de wet geen onderscheid maakt, moeten wij ook geen onderscheid maken) is de rechtsleer er vanuit gegaan dat het tweede lid van het artikel 1050 Ger. Wetboek zowel van toepassing is op beslissingen waarbij de eerste rechter zich bevoegd of onbevoegd verklaart (P. Van Rillaer, Artikelgewijze commentaar met overzicht van rechtsleer en rechtspraak, Kluwer, Rechtswetenschappen, 1985, 1993 & 2002, p. 297 e.v.).

Deze stelling wordt tevens gevolgd door de bodemrechtspraak (Luik, 1 december 2000, J.T., 2001, p. 801 ; Luik, 23 september 1999, J.T., 2000, p. 67; Antwerpen, 14 juni 1999, A.J.T., 2000-2001, p. 29 ; Brussel, 2 oktober 1997, A.J.T., 1999-2000, p. 291).

Een recent arrest van het Hof van Cassatie (Cass., 13 februari 2003, www.cass.be, rolnr. RC032D1) heeft dit standpunt bovendien uitdrukkelijk bevestigd :

“Hoger beroep tegen het vonnis waarbij de geadieerde rechter zich bevoegd of onbevoegd verklaart is slechts mogelijk nadat de rechter die zich bevoegd heeft verklaard of de als bevoegd aangewezen rechter een eindvonnis heeft gewezen over de ontvankelijkheid of de gegrondheid.”

De zaak stelde zich als volgt voor :

De Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen verklaarde zich bij vonnis van 18 februari 1999 onbevoegd en verzond de zaak naar de Arbeidsrechtbank te Antwerpen.

Tegen deze beslissing inzake bevoegdheid kon derhalve, conform het artikel 1050, alinea 2, Ger. Wetboek,  slechts hoger beroep worden ingesteld samen met een hoger beroep tegen het eindvonnis van de Arbeidsrechtbank te Antwerpen.

Verweerster in eerste aanleg tekende echter beroep aan voor het Hof van Beroep te Antwerpen, dat het beroep ontvankelijk verklaarde, omwille van het feit dat als de eerste rechter zich ratione materiae onbevoegd verklaart, tegen diens beslissing onmiddellijk hoger beroep openstaat omdat er na die beslissing van de eerste rechter geen eindvonnis meer door dezelfde rechtbank kan geveld worden.

Het Hof van Cassatie heeft geoordeeld dat de appelrechters de artikelen 1050, tweede lid, en 1055 van het Gerechtelijk Wetboek hebben geschonden, door het hoger beroep tegen het vonnis waarbij de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen zich onbevoegd verklaarde en de zaak verzond naar de Arbeidsrechtbank te Antwerpen, ontvankelijk te verklaren.

Het arrest werd derhalve vernietigd.

Er bestaat derhalve geen twijfel over het feit dat er geen hoger beroep mogelijk is, wanneer de eerste rechter zich bevoegd of onbevoegd heeft verklaard, alvorens de uiteindelijke bevoegde rechter het eindvonnis heeft uitgesproken.

Eindvonnis

Zoals hoger reeds werd uiteengezet, kan tegen een beslissing inzake bevoegdheid slechts hoger beroep worden ingesteld samen met het hoger beroep tegen “het eindvonnis” ;

Wat moet worden verstaan onder “het eindvonnis” ?

Overeenkomstig het artikel 19, alinea 1, van het Gerechtelijk Wetboek is het vonnis een eindvonnis in zoverre daarmee de rechtsmacht van de rechter over een geschilpunt uitgeput is.

Dit type vonnis wordt in het Gerechtelijk wetboek onderscheiden van een tussenvonnis waarin de rechter een voorafgaande maatregel beveelt om de vordering te onderzoeken of de toestand van de partijen voorlopig te regelen.

Het Hof van Cassatie heeft in voormeld arrest d.d. 13 februari 2003 geoordeeld dat :

“uit de wetsgeschiedenis van de wet van 3 augustus 1992 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek, waarbij artikel 1050, tweede lid, werd ingevoegd (…), blijkt dat een eindvonnis in de zin van deze wetsbepalingen een vonnis is inzake de ontvankelijkheid of de gegrondheid, uitgesproken door de rechter die zich bevoegd heeft verklaard dan wel door de als bevoegd aangewezen rechter.”

   

Een tussenvonnis, waarbij een rechter louter een expertise beveelt, zonder in te gaan op de gegrondheid van de zaak, kan derhalve zeker niet als een eindvonnis worden beschouwd.

Uit hoger vermelde uiteenzetting staat vast dat er geen onmiddellijk hoger beroep openstaat tegen een vonnis waarbij de geadieerde rechter zich bevoegd verklaart en enkel een expertise alvorens recht te doen, beveelt ;

Een dergelijk hoger beroep is slechts mogelijk nadat de rechter die zich bevoegd heeft verklaard een eindvonnis heeft gewezen over de gegrondheid van de zaak.

   

Exceptie van jurisdictie

De vraag stelt zich of de zelfde principes dienen te worden toegepast in geval van exceptie van jurisdictie ;

Deze exceptie wordt opgeworpen wanneer partijen in hun overeenkomst een arbitragebeding hebben voorzien, of wanneer het geschil valt buiten de rechtsmacht van de Belgische Hoven en Rechtbanken.

In een eerste (lange) fase na de inwerkingtreding van de Wet van 3 augustus 1992 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek, werd zowel door de rechtspraak als rechtsleer eensgezind geoordeeld dat er geen verschil diende te worden gemaakt tussen het geval van exceptie van onbevoegdheid en exceptie van jurisdictie (Luik, 1 februari 1994, J.L.M.B., 1994, p. 1058 ; Luik, 23 september 1999, J.T., 2000, p. 67 ; H. Born, M. Fallon, en J.L. Van Boxstael, Droit judiciaire international – chronique de jurisprudence : 1991-1998, Les dossiers du J.T., nr. 28, Brussel, Larcier, 2001, p. 535, nr. 273 ; M. Storme, Le droit judiciaire rénové, p. 15).

Er werd m.a.w. tevens toepassing gemaakt van het hoger vermeld beginsel ubi lex non distinguit, nec nos distinguere.”

Volgens deze rechtspraak en rechtsleer is hoger beroep tegen het vonnis waarbij de geadieerde rechter zich met of zonder jurisdictie verklaart derhalve slechts mogelijk nadat een eindvonnis werd uitgesproken ;

Een arrest van het Hof van Beroep te Luik (Luik, 5 maart 2002, J.T. 2003, p. 8) is echter meer genuanceerd.

In deze zaak verklaarde de Rechtbank van Koophandel te Verviers zich bij vonnis van 8 november 1999 zonder jurisdictie daar de Rechtbanken in Oostenrijk bevoegd waren.

Het Hof van Beroep te Luik dat werd gevat, oordeelde dat wanneer de Belgische Rechtbanken zich zonder jurisdictie verklaren, zij hun rechtsmacht volledig uitputten.

In dat geval zullen de Belgische Rechtbanken materieel geen eindvonnis kunnen  uitspreken.

Het Hof heeft vervolgens voor de toepassing van het artikel 1050, alinea 2, Ger. Wetboek een onderscheid gemaakt tussen vonnissen zich uitsprekende over bevoegdheid of jurisdictie.

Mevrouw G. Closset-Marchal is van mening dat beroep tegen beslissingen inzake rechtsmacht onmiddellijk mogelijk is (L’appel, in Actualité et développements récent en droit judiciaire, C.U.P., Larcier 2004, p. 274). Dit is tevens de zienswijze van de Heer H. Boularbah (Le jugement statuant sur un déclinatoire  de juridiction des Cours et tribunaux belges est-il une décision rendue sur la compétence au sens de l’article 1050 al. 2 et 1055 du Code judiciaire ?, obs. onder Luik 5 mars 2002, J.T. 2003, p. 9). Volgens deze auteurs moet er een onderscheid worden gemaakt tussen vonnissen zich uitsprekende over excepties van bevoegdheid en excepties van jurisdictie ; alleen de exceptie van bevoegdheid valt onder het artikel 1050, alinea 2 van het Gerechtelijk wetboek.

In voormeld arrest wordt de redenering echter gevoerd in het kader van een vonnis waarbij de eerste rechter zich zonder jurisdictie heeft verklaard.

Het Hof spreekt zich echter niet uit over een eventueel beroep ingevolge een vonnis waarbij de eerste Rechter zich met jurisdictie verklaart.

In dat geval blijft de zaak immers aanhangig voor de Belgische Rechtbanken en geldt de redering van het Hof niet, vermits er een eindvonnis zal kunnen worden uitgesproken door de Belgische rechtbanken.

Indien, samen met het Hof van Beroep te Luik, kan verstaan worden dat het artikel 1050, alinea 2 Ger. Wetboek niet van toepassing is in ingeval van tussenvonnis waarin de Eerste rechter zich zonder jurisdictie verklaart, omdat in dat geval het materieel onmogelijk is te voldoen aan de voorwaarden van dit artikel (er komt geen eindvonnis), blijft het artikel van toepassing in geval van tussenvonnis waarin de Eerste rechter zich met jurisdictie verklaart.

Er moet in dit laatste geval duidelijk worden teruggegrepen naar het artikel 1050, alinea 2, Ger. Wetboek.

Het Hof van beroep te Luik heeft in elk geval geoordeeld dat hoger beroep tegen een vonnis waarin de eerste rechter zich zonder rechtsmacht had verklaard ten voordele van de Franse Rechtbanken, onontvankelijk was (Luik, 26 juni 2002, niet gepubliceerd, A.R. nr 2002/611).

Un article de  Pierre Vermeire
Vous pouvez envoyer un email aux auteurs de ce document en cliquant sur leur nom ci-dessus. Si vous le désirez, vous pouvez également participer à la vie du site en ajoutant un commentaire à ce document (ci-dessous).
Les commentaires sur cet article
Si vous le désirez, vous pouvez également participer à la vie du site en ajoutant un commentaire à ce document (ci-dessous).
> Hoger beroep tegen een vonnis inzake bevoegdheid en jurisdictie

19 janvier 2005, par La rédaction

La Cour d’appel de Antwerpen a jugé que le jugement sur un déclinatoire de juridiction en raison d’une clause d’arbitrage est immédiatement appelable (7 avril 2003, R.D.C. 2004, p. 572). Cet arrêt est suivi d’une note de Maud Piers "de beslissing van de rechter over een exceptie van arbitrage is onmiddelijk vatbar voor hoger beroep".