Droit Fiscalité belge

www.businessandlaw.be

Site d'informations fiscales, juridiques et comptables en droit belge

Wet op de handelsvestigingen anno 2004

Wet van 13 augustus 2004 (B.S. 5 oktober 2004)
lundi 4 octobre 2004. Un article de Marial Van Staeyen
De wet van 13 augustus 2004 komt in de plaats van de wet van 29 juni 1975 betreffende de handelsvestigingen. Ze voorziet in een vereenvoudiging van de vergunningsprocedure, waarbij de gemeente het laatste woord krijgt

Inleiding

Op 15 juli 2004 werd het wetsontwerp betreffende de vergunning van handelsvestigingen, ook gekend als de IKEA - wet, aangenomen door de Kamer[1].

De wet is echter nog niet van toepassing daar deze nog dient te worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Nadien zullen er ook nog Koninklijke Besluiten worden gepubliceerd ter uitvoering van deze wet.

Hierin zal een overgangsbepaling worden voorzien, die hoogst waarschijnlijk gedurende 1 jaar de brug zal vormen tussen de huidige wetgeving en de nieuwe wetgeving vanaf de publicatie in het Belgisch Staatsblad.

De IKEA-wet houdt enkele ingrijpende wijzigingen in betreffende de procedure voor de toekenning van een vergunning voor grote handelszaken. [2]

Nog vóór ze in werking getreden is, botst ze reeds op vele tegenkantingen. De kritiek komt voornamelijk van UNIZO[3] en enkele belangengroepen uit de Belgische industrie zoals FEBELHOUT[4] en FEBELTEX[5]. Maar hierover meer onder punt 3.

Belangrijkste wijzigingen

In vergelijking met de huidige wet, zal de procedure voor de toekenning van een vergunning voor grote handelszaken in de toekomst worden vereenvoudigd.

Zo zullen bijvoorbeeld de termijnen voor de goedkeuring méér dan gehalveerd worden.

Vestigingen met een netto verkoopoppervlakte[6] tussen 400 m² en 1000 m² zullen binnen de 50 dagen uitsluitsel kunnen krijgen over hun aanvraag. Voor grotere vestigingen zal de termijn nog 70 dagen bedragen.

Daarenboven zal het uitblijven van een antwoord op de aanvraag binnen de vooropgestelde termijn, gelijkgesteld worden met een goedkeuring van de vergunning[7], terwijl dit onder de huidige wetgeving gelijk staat met een weigering van de vergunning[8].

Maar het meest frappante aan heel de IKEA-wet is wel dat de gemeentebesturen (College van Burgemeester en Schepenen) de grootste beslissingsmacht zullen krijgen over de komst van nieuwe handelszaken[9], terwijl onder de huidige wetgeving het laatste woord ligt bij het Nationaal Socio-Economisch Comité voor de Distributie[10].

Dit Comité zal voor wat betreft vestigingen van meer dan 1000 m² nog slechts een (niet-bindend) advies kunnen geven[11].

Voor wat betreft winkelcomplexen van meer dan 2000 m², wordt door de IKEA-wet de beslissingbevoegdheid van het Nationaal Socio-Economisch Comité voor de Distributie zelfs volledig overgeheveld naar het gemeentebestuur[12].

Een ander opvallend punt is dat deze nieuwe wetgeving ook een verstrenging inhoudt van de huidige wet. Onder de huidige wet is een socio-economische vergunning in steden immers pas nodig wanneer men een winkeloppervlakte wil openen van 1000 m² of meer. Maar met toepassing van de IKEA-wet[13] zal een dergelijke vergunning reeds vereist zijn voor een winkeloppervlakte vanaf 400 m², terwijl dit onder het huidige regime enkel nodig is voor winkels van dat formaat buiten de steden. 

De IKEA-wet geeft bovendien meer mogelijkheden voor wat betreft het instellen van een beroep tegen een beslissing tot verlening van een vergunning, alsook tegen de ontstentenis van een dergelijke beslissing.

Onder de huidige wetgeving staat deze mogelijkheid enkel open voor de aanvrager en de leden van de Nationale Commissie voor de distributie[14], terwijl deze mogelijkheid met de IKEA-wet gegeven wordt aan de aanvrager zelf, aan Nationaal Socio-Economisch Comité voor de Distributie én aan minstens van de achttien leden[15].

Tot slot is het ook nuttig te vermelden dat onder de IKEA-wet een vergunning zal vervallen 4 jaar na de aflevering van de vergunning indien de uitvoering van het project niet werd aangevat[16], terwijl onder de bestaande wetgeving deze termijn 2 jaar bedraagt.[17]

Onder beide wetgevingen kan dergelijke vergunning evenwel op verzoek van de aanvragen voor 1 jaar verlengd worden[18].

Kritische kanttekeningen

Zoals reeds aangehaald onder punt 1, heeft de IKEA-wet zowel voor- als tegenstanders.

De voorstanders van deze nieuwe wetgeving zijn uiteraard de grootwinkelbedrijven omdat velen van hen de huidige wet als een rem zien op hun ontwikkeling en op extra tewerkstelling in ons land.[19]

Anderen, zoals FEBELHOUT en FEBELTEX, menen dan weer dat door de nieuwe wet juist de Belgische industrie verloren zal gaan, zodat uiteindelijk de werkgelegenheid in ons land er niet zal op vooruitgaan.

Reden hiervoor is te vinden in het feit dat de grootdistributie amper iets koopt van Belgische of West-Europese productiebedrijven. De grootdistributie verplaatst haar aankopen immers meer en meer naar "landen in ontwikkeling" zoals China.[20]

Door de versoepeling van de vergunningsprocedure in de nieuwe wet, wordt dus het omgekeerde bereikt van wat eigenlijk wordt beoogd: minder i.p.v. meer banen creëren in België.

Daar waar de grootdistributie immers een meertewerkstelling voorspiegelt, zal dit worden teniet gedaan door een verlies aan banen in de gelijkaardige Belgische sectoren, die verhoudingsgewijs veel groter zal zijn dan de meertewerkstelling[21].

Voor UNIZO daarentegen, ligt het probleem op een ander vlak. Het feit dat de definitieve eindbeslissing voor grote winkelprojecten aan de gemeentebesturen zal toekomen i.p.v. aan het Nationaal Socio-Economisch Comité voor de Distributie, zoals het nu het geval is, baart hen vooral kopzorgen. Winkelcomplexen van meer 2000 m² hebben immers een enorme impact op aanpalende gemeenten.

Want hoewel de nieuwe wet de mogelijkheid voorziet dat alle aangrenzende gemeenten in dergelijk geval dienen te worden uitgenodigd door Nationaal Socio-Economisch Comité voor de Distributie om zich tijdens de zitting uit te spreken[22], blijft de eindbeslissing toch nog steeds bij het gemeentebestuur liggen waar de vestiging zal komen.

Beter was geweest, zo meent UNIZO, om bijvoorbeeld de bevoegdheid toe te kennen aan de provincies.[23] 

UNIZO heeft bovendien een gespecialiseerd advocatenkantoor de opdracht gegeven na te gaan hoe deze IKEA-wet met succes kan worden aangevochten bij het Arbitragehof.

Indien het Arbitragehof de wet vernietigt, zal men helemaal van vooraf aan moeten beginnen en een nieuw wet stemmen.

In het andere geval, bestaat er nog altijd de mogelijkheid dat de gevolgen van de IKEA-wet toch nog getemperd en/of bijgestuurd kunnen worden aan de hand van uitvoeringsbesluiten.

Afwachten maar hoe dit verder afloopt...



[1] Deze IKEA-wet zal de gecoördineerde wet van 29 juni 1975 betreffende de handelsvestigingen op een aantal vlakken drastisch wijzigen. Een exemplaar van het aangenomen voorstel kan reeds bekomen worden via de website van het Ministerie van Economische zaken: www.mineco.fgov.be

[2] Voor een gedetailleerd verloop van de procedure, zie de artikelen 5 t.e.m. 13 van de IKEA-wet.

[3] Unie van Zelfstandige Ondernemers.

[4] Belgische Federatie van hout- en meubelbedrijven; vertegenwoordigt ongeveer 2000 bedrijven in deze sector.

[5] Belgische textielfederatie; vertegenwoordigt zo'n 1000-tal textielbedrijven.

[6] Zie art. 1 c en d van de gecoördineerde wet van 29 juni 1975 voor een definitie van deze begrippen. Bruto gebouwde oppervlakte: oppervlakte van het gebouw, muren inbegrepen. Netto oppervlakte: de oppervlakte bestemd voor de verkoop en toegankelijk voor het publiek. Zie eveneens art. 2 van de IKEA-wet.

[7] Zie Art. 8 § 3 van de IKEA-wet

[8] Zie art. 9 in fine van de gecoördineerde wet van 29 juni 1975.

[9] Zie art. 8 § 2 en 3 van de IKEA-wet.

[10] Zie art. 11 § 4 in fine van de gecoördineerde wet van 29 juni 1975.

[11] Zie art. 7 § 1 en 3 van de IKEA-wet.

[12] Zie art. 5 § 1 van de IKEA-wet. Merk op in dit verband dat de gecoördineerde wet van 29 juni 1975 zelf geen oppervlakten specificeert, terwijl de IKEA-wet dit wel doet.

[13] Zie art. 8 van de IKEA-wet.

[14] Voor een gedetailleerde weergave van deze procedure, zie art. 12 van de gecoördineerde wet van 29 juni 1975.

[15] Zie art. 11 van de IKEA-wet.

[16] Zie art. 13 van de IKEA-wet.

[17] Zie eveneens art. 13, maar dan van de gecoördineerde wet van 29 juni 1975.

[18] Zie de hierboven geciteerde artt. onder voetnoot 3 en 4 in fine.

[19] Dit meent aldus FEDIS, Federatie van de Distributieondernemingen. Maar om een definitief oordeel te vellen over de nieuwe wet, zal FEDIS eerst wachten op de uitvoeringsbesluiten en op de praktijk.

[20] Zie meer uitgebreid het perscommuniqué van FEBELTEX en FEBELHOUT op www.febeltex.be

[21] Zie perscommuniqué van 17 maart 2004 van het NSZ op www.nsz.be

[22] Zie art. 5 § 1 en art. 7 § 2 in fine van de IKEA-wet.

[23] In dit verband wordt er verwezen naar het UNIZO persbericht van 15 juli 2004; terug te vinden op www.unizo.be

Un article de  Marial Van Staeyen
Vous pouvez envoyer un email aux auteurs de ce document en cliquant sur leur nom ci-dessus. Si vous le désirez, vous pouvez également participer à la vie du site en ajoutant un commentaire à ce document (ci-dessous).
Les commentaires sur cet article
Si vous le désirez, vous pouvez également participer à la vie du site en ajoutant un commentaire à ce document (ci-dessous).
> Wet op de handelsvestigingen anno 2004

7 mars 2005, par Carnoy, Gilles

Voyez les A.R. du 1er mars 2005. relatif au formulaire de déclaration préalable (art. 10, par. 1er) et fixant les modalités de notification de l’implantation commerciale par affichage visé à l’article 12 de la loi.

Ces A.R. sont publiés au M.B. du 1er mars 2005.

Et aussi l’A.R. du 22 février 2005 précisant les critères à prendre en considération lors de l’examen de projets d’implantation commerciale et de la composition du dossier socio-économique (M.B. du 28 février 2005).