Inleiding
Op 15 juli 2004 werd het wetsontwerp
betreffende de vergunning
van handelsvestigingen, ook
gekend als de IKEA - wet, aangenomen door de Kamer[1].
De wet is echter
nog niet van toepassing daar deze nog
dient te worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Nadien zullen er
ook nog Koninklijke
Besluiten worden gepubliceerd ter uitvoering van deze wet.
Hierin zal een
overgangsbepaling worden voorzien, die hoogst waarschijnlijk gedurende 1 jaar de brug zal
vormen tussen de huidige wetgeving en de nieuwe wetgeving vanaf de publicatie in het Belgisch Staatsblad.
De IKEA-wet houdt enkele ingrijpende wijzigingen in betreffende de procedure voor de toekenning van een vergunning voor grote handelszaken. [2]
Nog vóór ze
in werking getreden is, botst ze
reeds op vele tegenkantingen. De kritiek komt voornamelijk
van UNIZO[3]
en enkele belangengroepen uit de Belgische industrie zoals FEBELHOUT[4]
en FEBELTEX[5].
Maar hierover meer onder punt
3.
Belangrijkste wijzigingen
In vergelijking met de huidige wet, zal de procedure
voor de toekenning van een vergunning voor grote handelszaken
in de toekomst worden vereenvoudigd.
Zo zullen bijvoorbeeld
de termijnen voor de goedkeuring méér dan gehalveerd worden.
Vestigingen met een netto verkoopoppervlakte[6]
tussen 400 m² en 1000 m² zullen
binnen de 50 dagen uitsluitsel kunnen krijgen over hun aanvraag. Voor grotere vestigingen zal de termijn nog 70 dagen bedragen.
Daarenboven zal het uitblijven van een antwoord op
de aanvraag binnen de vooropgestelde termijn, gelijkgesteld worden met een goedkeuring van de vergunning[7],
terwijl dit onder de huidige wetgeving gelijk staat met een weigering van de vergunning[8].
Maar het meest
frappante aan heel de IKEA-wet is wel
dat de gemeentebesturen (College van Burgemeester en Schepenen) de grootste beslissingsmacht zullen krijgen over de komst van nieuwe handelszaken[9],
terwijl onder de huidige wetgeving het laatste woord
ligt bij het Nationaal Socio-Economisch
Comité voor de Distributie[10].
Dit Comité zal voor wat
betreft vestigingen van meer dan 1000 m² nog slechts een (niet-bindend)
advies kunnen geven[11].
Voor wat betreft
winkelcomplexen van meer
dan 2000 m², wordt door de IKEA-wet de beslissingbevoegdheid
van het Nationaal Socio-Economisch Comité voor de Distributie zelfs volledig overgeheveld naar het gemeentebestuur[12].
Een ander opvallend
punt is dat
deze nieuwe wetgeving ook een
verstrenging inhoudt van de
huidige wet. Onder de huidige wet is een
socio-economische vergunning
in steden immers pas nodig wanneer men
een winkeloppervlakte wil openen van 1000 m² of meer. Maar met toepassing van de IKEA-wet[13]
zal een dergelijke
vergunning reeds vereist zijn voor
een winkeloppervlakte vanaf 400 m², terwijl dit onder het huidige
regime enkel nodig is voor
winkels van dat formaat buiten de steden.
De IKEA-wet geeft bovendien meer mogelijkheden voor wat betreft het
instellen van een beroep tegen een
beslissing tot verlening van een vergunning, alsook tegen de ontstentenis van een dergelijke beslissing.
Onder de huidige wetgeving staat deze mogelijkheid enkel open voor de aanvrager en de leden van de
Nationale Commissie voor de
distributie[14], terwijl deze mogelijkheid
met de IKEA-wet gegeven wordt aan de aanvrager
zelf, aan Nationaal Socio-Economisch Comité
voor de Distributie én aan minstens
van de achttien leden[15].
Tot slot is het
ook nuttig te vermelden dat onder
de IKEA-wet een vergunning zal vervallen 4 jaar na de aflevering van de vergunning
indien de uitvoering van het
project niet werd aangevat[16],
terwijl onder de bestaande wetgeving deze termijn 2 jaar bedraagt.[17]
Onder beide wetgevingen
kan dergelijke vergunning evenwel op verzoek
van de aanvragen voor 1 jaar verlengd worden[18].
Kritische kanttekeningen
Zoals reeds aangehaald
onder punt 1, heeft de IKEA-wet zowel voor- als
tegenstanders.
De voorstanders van deze nieuwe wetgeving zijn uiteraard de grootwinkelbedrijven omdat velen van hen de huidige wet als
een rem zien op hun ontwikkeling en op extra tewerkstelling in ons land.[19]
Anderen, zoals FEBELHOUT en
FEBELTEX, menen dan weer dat door de nieuwe
wet juist de Belgische industrie verloren zal gaan, zodat
uiteindelijk de werkgelegenheid
in ons land er niet zal op vooruitgaan.
Reden hiervoor is te vinden in het feit dat
de grootdistributie amper iets koopt van Belgische of West-Europese productiebedrijven. De grootdistributie
verplaatst haar aankopen immers meer en meer naar
"landen in ontwikkeling" zoals China.[20]
Door de versoepeling van de vergunningsprocedure in de nieuwe
wet, wordt dus het omgekeerde bereikt van wat eigenlijk wordt beoogd: minder i.p.v. meer banen
creëren in België.
Daar waar de grootdistributie
immers een meertewerkstelling voorspiegelt, zal dit worden teniet gedaan door
een verlies aan banen in de gelijkaardige Belgische sectoren, die verhoudingsgewijs veel groter zal
zijn dan de meertewerkstelling[21].
Voor UNIZO daarentegen, ligt het probleem
op een ander
vlak. Het feit dat de definitieve
eindbeslissing voor grote winkelprojecten aan de gemeentebesturen zal toekomen i.p.v. aan het
Nationaal Socio-Economisch
Comité voor de Distributie,
zoals het nu het geval is,
baart hen vooral kopzorgen. Winkelcomplexen van meer 2000 m² hebben immers een
enorme impact op aanpalende gemeenten.
Want hoewel de nieuwe wet de mogelijkheid
voorziet dat alle aangrenzende gemeenten in dergelijk geval dienen te worden uitgenodigd door Nationaal Socio-Economisch Comité voor de Distributie om zich tijdens de zitting uit te spreken[22],
blijft de eindbeslissing toch nog steeds
bij het gemeentebestuur
liggen waar de vestiging zal komen.
Beter was geweest,
zo meent UNIZO, om bijvoorbeeld de bevoegdheid toe te kennen aan
de provincies.[23]
UNIZO heeft bovendien een gespecialiseerd advocatenkantoor de opdracht gegeven na te gaan hoe deze IKEA-wet
met succes kan worden aangevochten bij het Arbitragehof.
Indien het Arbitragehof de wet vernietigt, zal men helemaal
van vooraf aan moeten beginnen en een nieuw wet
stemmen.
In het andere geval,
bestaat er nog altijd de mogelijkheid
dat de gevolgen van de IKEA-wet toch nog
getemperd en/of bijgestuurd
kunnen worden aan de hand van uitvoeringsbesluiten.
Afwachten maar hoe dit verder afloopt...
[1] Deze IKEA-wet zal de
gecoördineerde wet van 29 juni 1975 betreffende de handelsvestigingen op een
aantal vlakken drastisch wijzigen. Een exemplaar van het aangenomen voorstel kan reeds bekomen worden via de website
van het Ministerie van Economische zaken: www.mineco.fgov.be
[2] Voor een gedetailleerd verloop van de procedure, zie de artikelen 5 t.e.m. 13 van de IKEA-wet.
[3] Unie van Zelfstandige Ondernemers.
[4] Belgische Federatie van hout- en meubelbedrijven; vertegenwoordigt
ongeveer 2000 bedrijven in deze sector.
[5] Belgische textielfederatie; vertegenwoordigt zo'n 1000-tal textielbedrijven.
[6] Zie art. 1 c en d van de gecoördineerde wet van
29 juni 1975 voor een definitie van deze begrippen. Bruto gebouwde
oppervlakte: oppervlakte van het gebouw, muren inbegrepen. Netto
oppervlakte: de oppervlakte bestemd voor de verkoop en toegankelijk voor
het publiek. Zie eveneens art. 2 van de IKEA-wet.
[7] Zie Art. 8 § 3 van de IKEA-wet
[8] Zie art. 9 in fine van de gecoördineerde
wet van 29 juni 1975.
[9] Zie art. 8 § 2 en 3 van de IKEA-wet.
[10] Zie art. 11 § 4 in fine van de
gecoördineerde wet van 29 juni 1975.
[11] Zie art. 7 § 1 en 3 van de IKEA-wet.
[12] Zie art. 5 § 1 van de IKEA-wet. Merk op in dit verband dat de
gecoördineerde wet van 29 juni 1975 zelf geen oppervlakten specificeert,
terwijl de IKEA-wet dit wel
doet.
[13] Zie art. 8 van de IKEA-wet.
[14] Voor een gedetailleerde weergave van deze procedure, zie art. 12 van de
gecoördineerde wet van 29 juni 1975.
[15] Zie art. 11 van de IKEA-wet.
[16] Zie art. 13 van de IKEA-wet.
[17] Zie eveneens art. 13, maar dan van de gecoördineerde wet van 29 juni 1975.
[18] Zie de hierboven geciteerde artt. onder voetnoot 3 en 4 in fine.
[19] Dit meent aldus FEDIS,
Federatie van de Distributieondernemingen. Maar om een definitief oordeel te vellen over de nieuwe wet, zal
FEDIS eerst wachten op de uitvoeringsbesluiten en op de praktijk.
[22] Zie art. 5 § 1 en art. 7 § 2 in fine van de IKEA-wet.
[23] In dit verband wordt er verwezen naar het UNIZO persbericht van 15 juli
2004; terug te vinden op www.unizo.be
> Wet op de handelsvestigingen anno 2004
7 mars 2005, par Carnoy, Gilles
Voyez les A.R. du 1er mars 2005. relatif au formulaire de déclaration préalable (art. 10, par. 1er) et fixant les modalités de notification de l’implantation commerciale par affichage visé à l’article 12 de la loi.
Ces A.R. sont publiés au M.B. du 1er mars 2005.
Et aussi l’A.R. du 22 février 2005 précisant les critères à prendre en considération lors de l’examen de projets d’implantation commerciale et de la composition du dossier socio-économique (M.B. du 28 février 2005).