Droit Fiscalité belge

www.businessandlaw.be

Site d'informations fiscales, juridiques et comptables en droit belge

La clause d’arbitrage dans l’agence commerciale avec rattachement à la Belgique / het arbitragebeding in een agentuurovereenkomst met belgische aanknoping

vendredi 11 octobre 2002. Un article de Stefan DESWERT
Les agences commerciales présentent souvent un caractère international. Dans ce cadre, il est fréquent que les parties préfèrent éviter les juridictions de tel ou tel Etat et recourent à l’arbitrage. Est-ce possible ?

I. INLEIDING



In het kader van de steeds toenemende internationalisering van de commerciële relaties, en de daaruit voortvloeiënde overeenkomsten, ligt het binnen de bedoeling van huidige tekst om in te gaan op de geldigheid van een arbitragebeding in een agenuurovereenkomst.

De internationalisering heeft immers zonder meer tot gevolg gehad dat, o.a., agentuurovereenkomsten vaak worden afgesloten tussen contractspartners van verschillende nationaliteiten op intra - en extracommunautaire basis. Het is dienvolgens veelvoorkomend dat de contracterende partijen, binnen het raam van de potentiële geschillenbeslechting en vanuit de bekommernis van een neutrale beslechting, opteren voor de arbitreerbaarheid van de mogelijke geschillen voortvloeiënde uit de agentuurovereenkomst.

Arbitrage over handelsagentuur met een internationaal karakter zou derhalve algemeen aanvaard moeten zijn.

Een en ander dient naar Belgisch recht, vermits dit dit de juridische invalshoek is binnen huidige analyse, echter enigszins te worden genuanceerd.

II. ARBITREERBAARHEID VAN GESCHILLEN IN HET ALGEMEEN



Aangaande de arbitreerbaarheid van een geschil bepaalt het Belgisch recht, op algemene wijze, in artikel 1676 Ger. Wetboek dat :

" 1. Elk geschil dat reeds is ontstaan of nog kan ontstaan uit een bepaalde rechtsbetrekking, waarover een dading mag worden aangegaan, kan bij overeenkomst aan arbitrage worden onderworpen.

(...)

3. Het bepaalde in voorgaande leden laat de uitzonderingen die elders in de wet voorkomen onverlet."

De arbitreerbaarheid van een geschil naar Belgisch recht ligt derhalve slechts gedeeltelijk vervat in voormelde bepalingen, vermits het artikel duidelijk vooropstelt dat er van de arbitreerbaarheid als dusdanig kan worden afgeweken binnen de wetgeving ("elders").

III. DE WET VAN 15 APRIL 1995 BETREFFENDE DE HANDELSAGENTUUR OVEREENKOMST[1]



Op basis van hogergeciteerde bepaling, en meerbepaald lid 3 van die bepaling, kan men derhalve de vraag stellen of partijen, principaal en agent, op een rechtszekere basis een arbitrageclausule kunnen inlassen in een intenationale handelsagentuurovereenkomst met Belgische aanknoping.

Hierdoor dient de Wet te worden getoetst aan het geciteerde lid 3 van artikel 1676 Ger. Wetboek en dit teneinde te achterhalen of de handelsagentuur zonder meer arbitreerbaar is. Het weze hier echter reeds benadrukt dat er geen discussie mogelijk is omtrent de juridische realiteit dat de handelsagentuur vatbaar is voor een dading [2].

1) Artikel 27 van de Wet:

In artikel 27 van de Wet valt te lezen dat "onvermindert de toepassing van internationale verdragen die België gesloten heeft, elke activiteit van een handelsagent met hoofdvestiging in België onderworpen is aan de Belgische wet en behoort diezelfde activiteit tot de bevoegdheid van de Belgische rechtbanken".

De geciteerde bepaling draagt zonder meer de neiging in zich te stellen dat een handelsagent, in België gevestigd, zowel wat het toepasselijk recht als de jurisdictie betreft, een Belgische aanknoping geniet gelet op het imperatieve karakter van de Wet, waarvan artikel 27 zonder meer een onderdeel vormt.

Er kan echter niet worden voorbijgegaan aan het feit dat het niet in de intenies lag van de wetgever om inzake de handelsagentuur de arbitreerbaarheid ervan uit te sluiten[3], en dit ongeacht het feit dat er enkel over de bevoegdheid van de rechtbanken wordt gesproken[4]. Daarenboven voorziet artikel 27 duidelijk in een "verdragen exceptie".

2) De "Verdragen Exceptie":

Het lijkt inderdaad onbetwistbaar vast te staan dat artikel 27 van de Wet de primauteit bevat van de door België afgesloten internationale verdragen.

De "Verdragen Exceptie" heeft inderdaad tot bindend gevolg dat de Belgische Rechtbanken, - bij uitsluiting ?-, bevoegd zijn[5], behoudens indien internationale verdragen, waarbij België partij is, anders stipuleren.

Impliceert dit alus dat voormeld artikel niet automatisch de nietigheid met zich mee brengt van een arbitrage clausule in een handelsagentuur ?

3) De Belgische Rechtsleer en Rechtspraak:

De hamvraag binnen huidige studie is inderdaad te weten hoe de Belgische rechtbanken staan tegenover een arbitragebeding binnen een internationale handelsagentuur, ten aanzien van een agent dewelke in België gevestigd is.

Terecht wordt er in de rechtsleer opgeworpen dat het verkeerd zou zijn om de rechtspraak inzake concessies van alleenverkoop op identieke wijze toe te passen op de beoordeling van een geldigheid van een arbitragebeding binnen een handelsgantuur.

Voormelde rechtspraak is immers ingedeeld in een meerderheid - en minderheidsopvatting. De eerste bestaat erin te stellen dat een arbitragebeding slechts geldig zou zijn indien de concessieovereenkomst tevens het Belgisch recht toepasbaar maakt.

De tweede strekking stelt daarentegen dat het arbitragebeding zelfs toepasbaar is indien er een ander recht dan het Belgische contractueel toepasbaar wordt verklaard.

Gelet op de nauwe verbondenheid tussen de concessieovereenkomst en de handelsagentuur is het zeer waarschijnlijk dat de meerderheidsopvatting, zoals hoger weergegeven, tevens zal worden toegepast, als toetssteen, op een handelsagentuur waarin een arbitrabeding is opgenomen en waarbij de agent diens vestiging in België heeft[6].

Dit lijkt echter niet te stroken met de letter van de Wet, vermits deze geen expliciet verbod poneert inzake een arbitragebeding in een handelsgentuur met een "Belgische agent" en dit ongeacht het feit dat er gesteld wordt dat "de rechtbanken bevoegd zijn".

Om echter te ontsnappen aan het risico van de "parallelle" rechtspraak doen partijen er goed aan om, indien zij per se een arbitragebeding wensen, tevens het Belgisch recht toepasbaar te verklaren op de overeenkomst.

Het is echter te hopen dat de rechtspraak zal evolueren in de zin dat zij de handelsagentuur zal loskoppelen van de conceesieovereenkomst om vervolgens stelling te nemen in de zin van hogervermelde minderheidsopvatting inzake de arbitreerbaarheid van een handelsagentuur. Indien dit niet gebeurt, bestaat er immers het concrete risico dat principalen België zullen ontwijken in de zin dat ze vanuit het buitenland de Belgische markt zullen penetreren met alle economische en juridische gevolgen van dien.


[1] Verder de Wet.
[2] DURSIN, E., Handelsagentuur, Mys & Breesch, Gent, 1997, p. 503, n° 868.
[3] Gedr. St., Senaat, 8 maart 1995, 1504.
[4] M.v.T., 355-1 (S.E. 1991-1992).
[5] Op voorwaarde uiteraard dat de agent zijn hoofdvestiging in België heeft.
[6] De filosofie van de maximale bescherming van de agent op basis van de Wet speelt ook hier.

Un article de  Stefan DESWERT
Vous pouvez envoyer un email aux auteurs de ce document en cliquant sur leur nom ci-dessus. Si vous le désirez, vous pouvez également participer à la vie du site en ajoutant un commentaire à ce document (ci-dessous).
Les commentaires sur cet article
Si vous le désirez, vous pouvez également participer à la vie du site en ajoutant un commentaire à ce document (ci-dessous).
> La clause d’arbitrage dans l’agence commerciale avec rattachement à la Belgique / het arbitragebeding in een agentuurovereenkomst met belgische aanknoping

3 novembre 2004, par La rédaction

Attention : cet article est démodé. Nous publions un autre article sur la question.

> La clause d’arbitrage dans l’agence commerciale avec rattachement à la Belgique / het arbitragebeding in een agentuurovereenkomst met belgische aanknoping

16 février 2007, par van nueten

Quand sera publié l’autre article ?