La Cour de
cassation a rendu le 13 novembre 2003 un arrêt intéressant en matière de
renouvellement de bail commercial (R.G. n° C010184N, www.cass.be).
Un locataire
avait introduit sa demande par lettre recommandée dans le délai, soit entre le
18ième et le 15ième mois précédant la fin du bail.
On sait que
suivant l’article 14 de la loi sur les baux commerciaux :
« Le
preneur désireux d'exercer le droit au renouvellement doit, à peine de
déchéance, le notifier au bailleur par exploit d'huissier de justice ou par
lettre recommandée dix-huit mois au plus, quinze mois au moins, avant l'expiration
du bail en cours. La notification doit indiquer, à peine de nullité, les
conditions auxquelles le preneur lui-même est disposé à conclure le nouveau
bail et contenir la mention qu'à défaut de notification par le bailleur,
suivant les mêmes voies et dans les trois mois, de son refus motivé de
renouvellement, de la stipulation de conditions différentes ou d'offres d'un
tiers, le bailleur sera présumé consentir au renouvellement du bail aux
conditions proposées. »
En l’espèce, si
le locataire avait bien précisé les conditions auxquelles il souhaitait
renouveler le bail, il avait omis de préciser qu'à défaut de réponse (ou de
conditions différentes ou d’offre d’un tiers) par les mêmes voies le bailleur
était censé consentir au renouvellement.
Qu’à cela ne
tienne, il adressa peu après une seconde lettre dans laquelle il respecta cette
formalité.
Les deux
lettres ont été envoyées dans le délai précité.
Le bailleur
considéra que vu le formalisme rigoureux de l’article 14, qui est impératif, la
demande n’était pas valable car les formalités devaient être rencontrées dans
la même demande.
Selon le
bailleur aucune des deux lettres n’est suffisante.
La Cour de
cassation n’est pas de cet avis :
“Overwegende dat de huurder de
onregelmatigheid van de aanvraag wegens de niet-vermelding van de
antwoordmogelijkheden van de verhuurder kan herstellen door tussen de
achttiende en vijftiende maand voor het eindigen van de lopende huur een nieuwe
regelmatige aanvraag tot huurhernieuwing aan de verhuurder te richten, wat kan
gebeuren door het sturen van een aanvullende aangetekende brief die verwijst
naar de inhoud van de eerste brief, en waarin die verzuimvermelding voorkomt ;
Dat
in dat geval de in artikel 14, eerste lid, Handelshuurwet gestelde termijn van
drie maanden om de aanvraag tot huurhernieuwing door de huurder te
beantwoorden, aanvangt vanaf de datum van de aldus vernieuwde aanvraag tot huurhernieuwing ;
Overwegende
dat het bestreden vonnis vaststelt dat :
1.
Verweerder bij aangetekende brief van 15 februari 1992 een aanvraag tot
huurhernieuwing aan de eiseres heeft gedaan aan de bestaande voorwaarden
;
2.
Verweerder bij aangetekende brief van 22 februari 1992 zijn eerste brief vervolledigt met de vermelding dat eiseres wordt geacht met
de huurhernieuwing in te stemmen indien zij niet, binnen drie maanden na de
ontvangst van deze brief, op dezelfde wijze binnen drie maanden kennis geeft
van haar met redenen omklede weigering van huurhernieuwing, van andere
voorwaarden of van het aanbod van een derde en dat deze kennisgeving dient te
gebeuren bij aangetekend schrijven ;
Overwegende dat het bestreden vonnis door
vervolgens te oordelen dat de brief van 22 februari 1998 een aanvulling vormt
op die van 15 februari 1998 en dat beide brieven tijdig werden verzonden, en op
grond hiervan de door eiseres gevorderde nietigheid van de aanvraag tot
huurhernieuwing af te wijzen, zijn beslissing naar recht verantwoordt
;”
On peut donc compléter
la demande.
En ce cas, la
demande prend date à l’occasion de la lettre qui complète la demande de
renouvellement, et ces demandes doivent bien sûr toutes deux respecter le délai
de l’article 14 de la loi sur les baux commerciaux.