Droit Fiscalité belge

www.businessandlaw.be

Site d'informations fiscales, juridiques et comptables en droit belge

Financiële en fiscale voordelen van zonnecelpanelen

Een overzicht van de verschillende federale en regionale voordelen
jeudi 8 octobre 2009. Un article de SOMERS Wendy
In dit artikel vindt U een overzicht van de fiscale voordelen van zonnecelpanelen, die U aangeboden worden door zowel de federale als de regionale overheden. Er wordt bovendien kort ingegaan op de fiscale gevolgen van de verkoop van de te veel geproduceerde groene energie

1.

Het plaatsen van zonnecelpanelen wordt sterk aangemoedigd door de overheid. Zowel de federale als de regionale overheden verbinden er fiscale voordelen aan.  

Verschillende plaatselijke overheden wagen zich eveneens aan het promoten van deze energiebesparende uitgave door er premies aan te verbinden.  

Hoewel de energetische opbrengst uit zonne-energie (nog) niet zo heel groot is, is het stimuleren van hernieuwbare energie immers  een belangrijke doelstelling.[1] 

Hieronder vindt u een overzicht van de verschillende fiscale aanmoedigingsmaatregelen.

 

 

Belastingsvermindering toegekend door de federale overheid

2.

In artikel 145/24 van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vinden we een belastingsvermindering terug voor de uitgaven verricht voor de plaatsing van zonnecelpanelen voor het omzetten van zonne-energie in elektrische energie.

Deze belastingsvermindering bedraagt 40 % van de werkelijk gedane uitgaven en is voor het aanslagjaar 2010 beperkt tot een maximumbedrag van € 3.600. 

Het begrip werkelijk gedane uitgaven impliceert dat men rekening moet houden met de eigenlijke betaaldatum en niet met de factuurdatum.[2]

Artikel 63/11 van het KB ter uitvoering van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (KB/WIB 92) somt vervolgens de voorwaarden op waaraan men moet voldoen om deze belastingsvermindering te bekomen. 

De werken moeten namelijk door een geregistreerde aannemer uitgevoerd worden. 

De factuur die door hem wordt uitgereikt moet een aantal vermeldingen bevatten, zoals bijvoorbeeld het adres van de woning aangeven waar de werken worden uitgevoerd.

In de bijlage II bis van het KB/WIB 92 tenslotte, kan men een aantal technische richtlijnen vinden, waarvan de geregistreerde aannemer moet bevestigen dat de plaatsing hieraan voldoet.

3.

Deze belastingsvermindering voor energiebesparende investeringen kan overigens gecombineerd worden met een eventuele aftrek voor enige woning. [3]  

Wanneer men immers een hypothecaire lening aangaat voor de enige eigen woning te financieren, kan men genieten van een aftrek voor het aanslagjaar 2010 voor een bedrag tussen de 2080 en 2840 euro.[4] 

Uiteraard moet er in dit geval aan alle voorwaarden van de 2 voordelen voldaan zijn.

Bovendien wordt er voorzien in een terugbetaalbaar belastingskrediet voor de aanslagjaren 2010 en 2011. 

Deze maatregel is bedoeld voor belastingplichtigen die weinig of geen belastingen verschuldigd zijn, en die dus niet van de belastinvermindering kunnen genieten.[5]

Intrestbonificatie

4.

De economische herstelwet van 27 maart 2009 kondigde een jaarlijkse intrestbonificatie van 1,5 % aan, die onder meer wordt toegekend in geval van een leningsovereenkomst gesloten  door de natuurlijke persoon met een erkende kredietgever. 

De toepassingsvoorwaarden hiervan vinden we terug in het KB van 12 juli 2009. 

Wanneer de jaarlijkse intrest minder bedraagt dan 1,5%, is er een intresttoekenning van de werkelijk gedragen intresten.

Om gebruik te maken van de intrestbonificatie moet het een consumentenkrediet[6] of een hypothecair krediet[7] betreffen voor een bedrag tussen € 1.250 en € 15.000. 

De kredietnemer moet de kredietgever zelf verzoeken om de toekenning van de intrestbonificatie en dit ten laatste op het ogenblik van de ondertekening van de overeenkomst. 

Om dit te verkrijgen, bezorgt hij de kredietgever, voorafgaand aan de terbeschikkingstelling van het kapitaal, een fotokopie van de factuur (en van haar bijlage) betreffende de plaatsing van de zonnecelpanelen. 

Het is de kredietgever die dan bij de Administratie van de Thesaurie en de FOD Financiën de storting van de intrestbonificatie voor de door hem gesloten leningsovereenkomst vraagt en deze tevens ontvangt.

De wet is van toepassing vanaf 1 januari 2009. 

Het is mogelijk om de intrestbonificatie te combineren met de belastingsvermindering ter waarde van 40 %.

In tegenstelling tot deze laatste, is de intrestbonificatie niet combineerbaar met een ander fiscaal voordeel zoals bijvoorbeeld de aftrek voor enige eigen woning.[8] 

 

 

BTW

5.

Indien het enkel een levering betreft van de zonnecelpanelen, geldt het normale BTW-tarief van 21 %. 

Wanneer het echter een installatie van deze panelen voor de productie van elektriciteit of warmte-energie voor een privéwoning betreft (inclusief levering), kan men gebruik maken van een verminderd tarief van 6 of 12

Om gebruik te kunnen maken van het voordelige tarief, hoeft de installatie niet onroerend van aard te worden. 

De verlaagde tarieven kunnen echter niet gebruikt worden wanneer de werken geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, vb. zwembaden.[9]

 

 

Regionale subsidies

6.

De drie gewesten hebben een systeem van groene stroomcertificaten (“GSC”) ontwikkeld. 

De elektriciteitsleveranciers moeten deze certificaten kopen van de consumenten die “groene” elektriciteit produceren, doordat zij een minimumaandeel aan groene energie moeten bereiken. 

Dit systeem is bovendien één van de steunmaatregelen die Europa oplegt aan de lidstaten om het gebruik van hernieuwbare energiebronnen te promoten.[10] 

7.

In het Vlaamse Gewest vindt men dit reeds terug in het decreet van 17 juli 2000 houdende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. 

Voor de groene stroom die in het Vlaams Gewest is geproduceerd, wordt een GSC uitgereikt per schijf van 1000 kWh. 

Vanaf 2010 wordt dit certificaat niet meer toegekend wanneer het dak of de zoldervloer van de woning niet geïsoleerd is.[11] 

Het decreet voorziet een minimumsteun.

Voor zonne-energie bedraagt die minimumsteun 450 euro per overgedragen certificaat. 

Vanaf 2010 zal die minimumsteun echter sterk dalen. 

Voor het inkomstenjaar 2010 is nog slechts een minimumsteun van 350 euro voorzien.  Voor de daaropvolgende inkomstenjaren zal deze nog verder afnemen. 

In artikel 5 van het decreet tot wijziging van het decreet van 17 juli 2000 vinden we terug dat de minimumsteun loopt over een periode van 20 jaar. 

Vanaf 2013 wordt deze periode ingekort tot 15 jaar. 

8.

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vinden we dit terug in de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 

De groene stroomcertificaten worden eveneens verleend per schijf van 1000 kWh. 

Hiervoor krijg je 7,27 GSC per MWh voor de eerste 20 m²; 5,45 GSC per MWh voor de daaropvolgende 40 m² en 3,63 per MWh voor de resterende oppervlakte. 

Deze certificaten worden uitgekeerd over een periode van 10 jaar.[12] 

Er is geen minimumprijs bepaald voor het verkopen van dit certificaat.

Bovendien zijn er energiepremies te verkrijgen. 

De premie bedraagt 3 euro per Wattpiek, zonder dat de premie meer kan bedragen dan 50% van het factuurbedrag. 

Men moet verplicht de teller vervangen door een elektronische bidirectionele A+/A- teller, maar dit wordt volledig terugbetaald via het REG fonds.

9.

In het Waalse Gewest tenslotte, vinden we het systeem van GSC terug in het besluit van de Waalse regering van 30 november 2006.[13] 

Ook hier wordt er gewerkt met schijven van 1000 kWh. 

Voor 1000 kWh worden 7 certificaten verleend voor de eerste 5 kWp, 5 certificaten voor de volgende geïnstalleerde 5 kWp.[14] 

Men kan de GSC gedurende een periode van 15 jaar verkrijgen. 

Er is een minimumprijs van 65 euro per certificaat.[15]

Ook in Wallonië kan men nog een extra premie verkrijgen voor de installatie van de zonnecelpanelen, die geplaatst zijn door een geregistreerde annemer. 

Deze premie bedraagt 20 % van de in aanmerking komende bruto kostprijs, zonder dat dit bedrag 3.500 euro kan overschrijden.[16]

 

 

Verkoop van groene stroom – Fiscaal regime

10.

Wanneer men een overschot aan energie produceert, kan dit terug geïnjecteerd worden in het distributiesysteem. 

Men gaat dus de geproduceerde groene energie verkopen. 

Hierbij kan men de vraag stellen wat er gebeurd wanneer er meer elektriciteit verkocht dan aangekocht wordt. 

Kan de fiscus die ‘winst’ dan taxeren aan 33 % als diverse inkomsten?[17] 

Naar mijn mening niet. 

Er is immers geen sprake van een belasting als diverse inkomsten wanneer de verrichting van de belastingplichtige kan worden aangemerkt als normale verrichtingen van het beheer van zijn privévermogen. 

Of dit het geval is, is een feitenkwestie. 

Er zijn uiteraard enkele criteria die bepalend zullen zijn in de waardering hiervan. 

Er mag geen sprake zijn van een speculatieve verrichting. 

Er is geen sprake van een speculatieve verrichting wanneer men kan spreken over daden die een goed huisvader verricht voor het dagelijks beheer. 

Welnu, de belastingsplichtige heeft niets anders gedaan dan deel te nemen aan een systeem van alternatieve en ecologische electriciteitsproductie, georganiseerd in zijn eigen woning en bovendien sterk aangemoedigd door de overheid.

Alleen wanneer er  een wanverhouding ontstaat tussen de verkoop en aankoop van elektriciteit, kan men volgens mij wel spreken over diverse inkomsten.

Bouwvergunning 

11.

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is het plaatsen van zonnecelpanelen niet aan een stedenbouwkundige vergunning onderworpen in twee gevallen. 

Wanneer de panelen niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte.

Of in geval van plaatsing op het dak, wanneer ze in het dakvlak zijn ingewerkt of evenwijdig aan dit vlak op het dak zijn bevestigd, zonder daarbij meer dan 30 cm uit te springen of de grenzen van het dak te overschrijden.[18]  

In alle andere gevallen is het aanvragen van een stedenbouwkundige vergunning verplicht.



[1] Omzendbrief 18 juli 2008 van de Vlaamse regering, nr. RO2008/02 betreffende Zonnepanelen en zonneboilers geïntegreerd in hellende dakvlakken van gebouwen  en de relatie met verordenende bepalingen in verkavelingvergunningen, bijzondere plannen van aanleg en ruimtelijke uitvoeringsplannen, B.S. 21 augustus 2008.

[2] X., “Hypothecaire lening voor plaatsing zonnecelpanelen is aftrekbaar”, HVR Accountants - Belastingconsulenten – Ondernemingsadviseurs, http://www.hvr.be/index2.php?option=com_content&do_pdf=1&id=478.

[3] Jan Van Dyck, “Dubbel voordeel mogelijk bij plaatsing zonnepanelen”, Fiscoloog 2008, afl. 1106, 3.

[4] De aftrek is per belastingplichtige beperkt tot 2080 euro. Deze aftrek wordt verhoogd met 690 euro gedurende de eerste 10 jaar, en kan met 70 euro verhoogd worden indien de belastingplichtige tenminste 3 kinderen ten laste heeft op 1 januari van het jaar na dat waarin het leningscontract is afgesloten.

[5] Art. 5 Memorie van toelichting 3 februari 2009, doc. 52 1788/001, Kamercommissie 2008-2009, nr. 1788/001, p.3-37.

[6] Zie Wet 12 juni 1991 op het consumentenkrediet.

[7] Zie Wet 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet, titel 1; een wederopname van een oud hypothecair krediet komt eveneens in aanmerking.

[8] Art. 4 Memorie van toelichting 3 februari 2009, doc. 52 1788/001, Kamercommissie 2008-2009, nr. 1788/001, p.3-37.

[9] Beslissing 19 februari 2008, nr. ET113873.

[10] Richtlijn 27 september 2001, nr. 2001/77/EG betreffende de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen op de interne elektriciteitsmarkt.

[11] Art. 4 Decreet 2 mei 2009, tot wijziging van het decreet van 17 juli 2000 houdende de organisatie van de elektriciteitsmarkt.

[12] Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering  29 maart 2007, betreffende de promotie van groene elektriciteit en van kwaliteitswarmtekrachtkoppeling.

[13] Arrêté du Gouvernement Wallon 30 novembre 2006, relatif à la promotion de l’électricité produite au moyen de sources d’énergie renouvelables ou de cogénération.

[14] Art. 15 quater Arrêté du gouvernement Wallon 30 novembre 2006, relatif à la promotion de l’électricité produite au moyen de sources d’énergie renouvelables ou de cogénération.

[16] Art. 77 Arrêté ministériel  20 décembre 2007, relatif aux modalités et à la procédure d’octroi des primes visant à favoriser l’utilisation rationnelle de l’énergie.

[17] Art. 90,1° WIB

[18] Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering 13 november 2008, tot bepaling van de handelingen en werken die vrijgesteld zijn van een stedenbouwkundige vergunning, van het advies van de gemachtigde ambtenaar, van de gemeente of van de Koninklijke commissie voor monumenten en landschappen of van de medewerking van een architect.

Un article de  SOMERS Wendy
Vous pouvez envoyer un email aux auteurs de ce document en cliquant sur leur nom ci-dessus. Si vous le désirez, vous pouvez également participer à la vie du site en ajoutant un commentaire à ce document (ci-dessous).
Les commentaires sur cet article
Si vous le désirez, vous pouvez également participer à la vie du site en ajoutant un commentaire à ce document (ci-dessous).