1.
Het plaatsen van zonnecelpanelen wordt sterk
aangemoedigd door de overheid. Zowel de federale als de regionale overheden
verbinden er fiscale voordelen aan.
Verschillende plaatselijke overheden wagen zich
eveneens aan het promoten van deze energiebesparende uitgave door er premies
aan te verbinden.
Hoewel de energetische opbrengst uit zonne-energie
(nog) niet zo heel groot is, is het stimuleren van hernieuwbare energie immers een belangrijke doelstelling.[1]
Hieronder vindt u een overzicht van de
verschillende fiscale aanmoedigingsmaatregelen.
Belastingsvermindering toegekend door de federale overheid
2.
In artikel 145/24 van het wetboek van de
inkomstenbelastingen 1992 vinden we een belastingsvermindering terug voor de
uitgaven verricht voor de plaatsing van zonnecelpanelen voor het omzetten van
zonne-energie in elektrische energie.
Deze belastingsvermindering bedraagt 40 % van de
werkelijk gedane uitgaven en is voor het aanslagjaar 2010 beperkt tot een
maximumbedrag van € 3.600.
Het begrip werkelijk gedane uitgaven impliceert
dat men rekening moet houden met de eigenlijke betaaldatum en niet met de
factuurdatum.[2]
Artikel 63/11 van het KB ter uitvoering van het
wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (KB/WIB 92) somt vervolgens de
voorwaarden op waaraan men moet voldoen om deze belastingsvermindering te
bekomen.
De werken moeten namelijk door een geregistreerde
aannemer uitgevoerd worden.
De factuur die door hem wordt uitgereikt moet een
aantal vermeldingen bevatten, zoals bijvoorbeeld het adres van de woning
aangeven waar de werken worden uitgevoerd.
In de bijlage II bis van het KB/WIB 92 tenslotte,
kan men een aantal technische richtlijnen vinden, waarvan de geregistreerde
aannemer moet bevestigen dat de plaatsing hieraan voldoet.
3.
Deze belastingsvermindering voor energiebesparende
investeringen kan overigens gecombineerd worden met een eventuele aftrek voor
enige woning. [3]
Wanneer men immers een hypothecaire lening aangaat
voor de enige eigen woning te financieren, kan men genieten van een aftrek voor
het aanslagjaar 2010 voor een bedrag tussen de 2080 en 2840 euro.[4]
Uiteraard moet er in dit geval aan alle
voorwaarden van de 2 voordelen voldaan zijn.
Bovendien wordt er voorzien in een terugbetaalbaar
belastingskrediet voor de aanslagjaren 2010 en 2011.
Deze maatregel is bedoeld voor belastingplichtigen
die weinig of geen belastingen verschuldigd zijn, en die dus niet van de
belastinvermindering kunnen genieten.[5]
Intrestbonificatie
4.
De economische herstelwet van 27 maart 2009
kondigde een jaarlijkse intrestbonificatie van 1,5 % aan, die onder meer wordt
toegekend in geval van een leningsovereenkomst gesloten door de natuurlijke persoon met een erkende
kredietgever.
De toepassingsvoorwaarden hiervan vinden we terug
in het KB van 12 juli 2009.
Wanneer de jaarlijkse intrest minder bedraagt dan
1,5%, is er een intresttoekenning van de werkelijk gedragen intresten.
Om gebruik te maken van de intrestbonificatie moet
het een consumentenkrediet[6] of
een hypothecair krediet[7]
betreffen voor een bedrag tussen € 1.250 en € 15.000.
De kredietnemer moet de kredietgever zelf
verzoeken om de toekenning van de intrestbonificatie en dit ten laatste op het
ogenblik van de ondertekening van de overeenkomst.
Om dit te verkrijgen, bezorgt hij de kredietgever,
voorafgaand aan de terbeschikkingstelling van het kapitaal, een fotokopie van
de factuur (en van haar bijlage) betreffende de plaatsing van de
zonnecelpanelen.
Het is de kredietgever die dan bij de
Administratie van de Thesaurie en de FOD Financiën de storting van de
intrestbonificatie voor de door hem gesloten leningsovereenkomst vraagt en deze
tevens ontvangt.
De wet is van toepassing vanaf 1 januari
2009.
Het is mogelijk om de intrestbonificatie te
combineren met de belastingsvermindering ter waarde van 40 %.
In tegenstelling tot deze laatste, is de
intrestbonificatie niet combineerbaar met een ander fiscaal voordeel zoals
bijvoorbeeld de aftrek voor enige eigen woning.[8]
BTW
5.
Indien het enkel een levering betreft van de zonnecelpanelen,
geldt het normale BTW-tarief van 21 %.
Wanneer het echter een installatie van deze
panelen voor de productie van elektriciteit of warmte-energie voor een
privéwoning betreft (inclusief levering), kan men gebruik maken van een
verminderd tarief van 6 of 12
Om gebruik te kunnen maken van het voordelige
tarief, hoeft de installatie niet onroerend van aard te worden.
De verlaagde tarieven kunnen echter niet gebruikt
worden wanneer de werken geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, vb.
zwembaden.[9]
Regionale subsidies
6.
De drie gewesten hebben een systeem van groene
stroomcertificaten (“GSC”) ontwikkeld.
De elektriciteitsleveranciers moeten deze
certificaten kopen van de consumenten die “groene” elektriciteit produceren,
doordat zij een minimumaandeel aan groene energie moeten bereiken.
Dit systeem is bovendien één van de
steunmaatregelen die Europa oplegt aan de lidstaten om het gebruik van
hernieuwbare energiebronnen te promoten.[10]
7.
In het Vlaamse Gewest vindt men dit reeds terug in
het decreet van 17 juli 2000 houdende de organisatie van de
elektriciteitsmarkt.
Voor de groene stroom die in het Vlaams Gewest is
geproduceerd, wordt een GSC uitgereikt per schijf van 1000 kWh.
Vanaf 2010 wordt dit certificaat niet meer
toegekend wanneer het dak of de zoldervloer van de woning niet geïsoleerd is.[11]
Het decreet voorziet een minimumsteun.
Voor zonne-energie bedraagt die minimumsteun 450
euro per overgedragen certificaat.
Vanaf 2010 zal die minimumsteun echter sterk
dalen.
Voor het inkomstenjaar 2010 is nog slechts een
minimumsteun van 350 euro voorzien. Voor
de daaropvolgende inkomstenjaren zal deze nog verder afnemen.
In artikel 5 van het decreet tot wijziging van het
decreet van 17 juli 2000 vinden we terug dat de minimumsteun loopt over een
periode van 20 jaar.
Vanaf 2013 wordt deze periode ingekort tot 15
jaar.
8.
In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vinden we
dit terug in de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de
elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
De groene stroomcertificaten worden eveneens
verleend per schijf van 1000 kWh.
Hiervoor krijg je 7,27 GSC per MWh voor de eerste
20 m²; 5,45 GSC per MWh voor de daaropvolgende 40 m² en 3,63 per MWh voor de
resterende oppervlakte.
Deze certificaten worden uitgekeerd over een
periode van 10 jaar.[12]
Er is geen minimumprijs bepaald voor het verkopen
van dit certificaat.
Bovendien zijn er energiepremies te
verkrijgen.
De premie bedraagt 3 euro per Wattpiek, zonder dat
de premie meer kan bedragen dan 50% van het factuurbedrag.
Men moet verplicht de teller vervangen door een
elektronische bidirectionele A+/A- teller, maar dit wordt volledig terugbetaald
via het REG fonds.
9.
In het Waalse Gewest tenslotte, vinden we het
systeem van GSC terug in het besluit van de Waalse regering van 30 november
2006.[13]
Ook hier wordt er gewerkt met schijven van 1000
kWh.
Voor 1000 kWh worden 7 certificaten verleend voor
de eerste 5 kWp, 5 certificaten voor de volgende geïnstalleerde 5 kWp.[14]
Men kan de GSC gedurende een periode van 15 jaar
verkrijgen.
Er is een minimumprijs van 65 euro per
certificaat.[15]
Ook in Wallonië kan men nog een extra premie
verkrijgen voor de installatie van de zonnecelpanelen, die geplaatst zijn door
een geregistreerde annemer.
Deze premie bedraagt 20 % van de in aanmerking
komende bruto kostprijs, zonder dat dit bedrag 3.500 euro kan overschrijden.[16]
Verkoop van groene stroom – Fiscaal regime
10.
Wanneer men een overschot aan energie produceert,
kan dit terug geïnjecteerd worden in het distributiesysteem.
Men gaat dus de geproduceerde groene energie
verkopen.
Hierbij kan men de vraag stellen wat er gebeurd
wanneer er meer elektriciteit verkocht dan aangekocht wordt.
Kan de fiscus die ‘winst’ dan taxeren aan 33 % als
diverse inkomsten?[17]
Naar mijn mening niet.
Er is immers geen sprake van een belasting als
diverse inkomsten wanneer de verrichting van de belastingplichtige kan worden
aangemerkt als normale verrichtingen van het beheer van zijn
privévermogen.
Of dit het geval is, is een feitenkwestie.
Er zijn uiteraard enkele criteria die bepalend
zullen zijn in de waardering hiervan.
Er mag geen sprake zijn van een speculatieve
verrichting.
Er is geen sprake van een speculatieve verrichting
wanneer men kan spreken over daden die een goed huisvader verricht voor het
dagelijks beheer.
Welnu, de belastingsplichtige heeft niets anders
gedaan dan deel te nemen aan een systeem van alternatieve en ecologische
electriciteitsproductie, georganiseerd in zijn eigen woning en bovendien sterk
aangemoedigd door de overheid.
Alleen wanneer er
een wanverhouding ontstaat tussen de verkoop en aankoop van
elektriciteit, kan men volgens mij wel spreken over diverse inkomsten.
Bouwvergunning
11.
In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is het
plaatsen van zonnecelpanelen niet aan een stedenbouwkundige vergunning
onderworpen in twee gevallen.
Wanneer de panelen niet zichtbaar zijn vanaf de
openbare ruimte.
Of in geval van plaatsing op het dak, wanneer ze
in het dakvlak zijn ingewerkt of evenwijdig aan dit vlak op het dak zijn
bevestigd, zonder daarbij meer dan 30 cm uit te springen of de grenzen van het
dak te overschrijden.[18]
In alle andere gevallen is het aanvragen van een stedenbouwkundige
vergunning verplicht.