Droit Fiscalité belge

www.businessandlaw.be

Site d'informations fiscales, juridiques et comptables en droit belge

1.            Wat bij ernstige tekortkomingen die « voortduren » ?

In het kader van een handelsagentuurovereenkomst kan elke partij de overeenkomst beëindigen zonder opzegging, of voor het verstrijken van de termijn, wanneer uitzonderlijke omstandigheden elke professionele samenwerking tussen de partijen definitief onmogelijk maken of wanneer de andere partij ernstig tekort komt in haar verplichten (art. 19 Handelsagentuurovereenkomst).

Dit kan enkel indien “het feit ter rechtvaardiging hiervan” niet meer dan zeven dagen bekend is aan de partij die zich hierop beroept.

In geval van opeenvolgende feiten werd in het verleden reeds geoordeeld dat deze termijn van zeven dagen pas begint te lopen op het ogenblik dat de nieuwste feiten bekend worden en deze samen met de oudere feiten tot gevolg hebben dat ze de tekortkoming of omstandigheid ernstig of uitzonderlijk maken.

In een arrest van 7 juni 2005 oordeelde het Hof van Beroep van Brussel dat een principaal die reeds enkele weken op de hoogte was van de feiten die hij inriep als ernstige tekortkoming en geen gewag maakte van later ontdekte feiten, de termijn van artikel 19 niet had gerespecteerd.

De principaal legde de zaak voor aan het Hof van Cassatie en vroeg om de vernietiging van het arrest, onder meer op basis van het argument dat de principaal ingeval van een “aanhoudende” tekortkoming de overeenkomst op staande voet kan beëindigen zolang die tekortkoming aanhoudt.

De principaal argumenteerde dat omdat de feiten niet waren stopgezet, hij zelf kon bepalen wanneer de samenwerking niet meer mogelijk zou zijn : “hieruit volgt dat de appelrechters (...) hun beslissing niet naar recht verantwoorden omdat zij niet vaststellen dat de verweerder de hem verweten tekortkomingen meer dan zeven werkdagen voor de beëindiging had stopgezet en zij tevens door dat oordeel het principieel recht van de eiseres aantasten om zelf te beslissen wanneer de samenwerking niet meer mogelijk is en dienvolgens de handelsagentuurovereenkomst te beëindigen op grond van ernstige tekortkomingen (…)”.

Dit argument werd door het Hof van Cassatie verworpen in haar arrest van 8 november 2007, dat bevestigt dat de termijn van zeven dagen begint te lopen vanaf het ogenblik dat de partij die zich beroept op artikel 19 van de handelsagentuurwet, voldoende zekerheid heeft over de voortdurende tekortkoming,.

Zelfs bij voortdurende feiten begint de termijn dus te lopen vanaf het ogenblik dat er zekerheid is over de feiten die de tekortkoming of de omstandigheid ernstig of uitzonderlijk maken.

2.            Zeven dagen zijn zeven dagen.

Nog steeds in het kader van artikel 19 van de handelsagentuurwet besliste het Hof van Cassatie in een arrest van 26 november 2007, dat bij kennis van de aangevoerde feiten die ingeroepen worden om de overeenkomst onmiddellijk te beëindigen, de partij die ze inroept, wel degelijk over zeven dagen beschikt om de overeenkomst te beëindigen.

Dit betekent concreet dat de verdere uitvoering van de overeenkomst na de kennisname van de feiten niet noodzakelijk uitsluit dat een verdere samenwerking definitief onmogelijk zou zijn geworden.

Dit kan volgens het Hof enkel indien de verdere uitvoering geïnterpreteerd moet worden als een afstand van recht.

De partij die artikel 19, eerste lid wenst in te roepen, kan derhalve met de nodige omzichtigheid en voorlopig de overeenkomst verder blijven uitvoeren op voorwaarde dat hier niet uit blijkt dat zij een afstand van recht heeft gedaan.

3.            Toemaatje: de uitwinningsvergoeding

In principe heeft de handelsagent recht op een uitwinningsvergoeding voor het cliënteel dat hij aanbracht op voorwaarde dat hij kan aantonen dat hij ofwel nieuwe klanten heeft aangebracht of de zaken met de bestaande klanten aanzienlijk heeft uitgebreid en wanneer deze aanbreng “de principaal nog aanzienlijke voordelen kan opleveren” na het einde van de overeenkomst.

In een arrest van 15 mei 2008 sprak het Hof van Cassatie zich uit over de vraag of feiten die dateren van na de beëindiging van de overeenkomst in aanmerking mochten worden genomen bij de beoordeling van de vervulling van deze voorwaarden.

Wel nu, wanneer de feiten aan de principaal zelf toe te schrijven zijn, dan is dat in geen geval zo.

Het Hof oordeelde zelfs dat het feit dat een groot aantal klanten overstapt naar de agent na het einde van de overeenkomst, hieraan geen afbreuk kan doen.

Un article de  Rafael MONDELAERS
Vous pouvez envoyer un email aux auteurs de ce document en cliquant sur leur nom ci-dessus. Si vous le désirez, vous pouvez également participer à la vie du site en ajoutant un commentaire à ce document (ci-dessous).
Les commentaires sur cet article
Si vous le désirez, vous pouvez également participer à la vie du site en ajoutant un commentaire à ce document (ci-dessous).